Skip navigation Menu

Wat als dat waar je op hoopte verloren gaat?

Door: Jorieke Eijlers, oud EH-student

Als je een kindje mag verwachten, is dat het toonbeeld van hoop. Iets verwachten waar je naar uitkijkt en naar verlangt. Vorig jaar leefde ik na een positieve test iets van zes weken met deze verwachting. Er staat iets te gebeuren! Iets wat nog niet zichtbaar is, maar waar je al naar uit kunt kijken en naartoe kunt leven.

Verwachting

Als je zwanger bent, heb je als vrouw vaak meteen een voorstelling van hoe het zal zijn en in gedachte zie je jezelf al knuffelen met je baby. Je gaat namen bedenken, je gaat je uitgerekende datum checken en het minimensje is al helemaal een onderdeel van je. Met alle kwalen erbij voel je je ook al écht zwanger. En
natuurlijk zeg je rationeel: eerst kijken of alles wel goed is, maar ondanks die wetenschap loop je in gedachten al achter de kinderwagen en heb je je verlof al gepland. Vol verwachting ga ik dan ook liggen bij de verloskundige terwijl zij met het echoapparaat de baby zoekt. Omdat het mijn tweede kindje is, weet ik precies wat ik moet gaan zien. We zoeken een knipperend lichtje, het hartje.

De verloskundige zoekt en zoekt. Het zijn een paar seconden die uren lijken te duren. In die paar tellen schieten je gedachtes alle kanten op. Van vol hoop en verwachting tot de gedachte ‘het zal toch niet mis zijn?’ Dan komen de verpletterende woorden: ‘Het is niet goed, er is geen kloppend hartje.’

De blijde verwachting eindigt ruw en abrupt. Je weet dat het kan gebeuren, je wilt het relativeren, maar de rauwe rouw komt onverwacht en is zeer pijnlijk.

Verloren hoop
Wat gebeurt er als dat waar je zo op hoopte verloren gaat? In mijn geval gaf het een diep verscheurend verdriet. Een gemis van wat was, wat is en wat niet zal komen. Een leeg en hopeloos gevoel.

En toch zoek je als mens naar nieuwe hoop om het dragelijk te maken. Om niet te verzinken en te blijven worstelen in de zinloosheid van wat je is overkomen. Het verlangen naar een kindje werd eigenlijk alleen maar groter. Je krijgt na een miskraam te horen dat je extra vruchtbaar bent. Dat geeft hoop! Je gaat jezelf sussen met de gedachte dat je vast weer zwanger bent als de uitgerekende datum van dit kindje er is. Hierdoor kan je over je pijn heen kijken.

Deze hoop viel een paar weken na de miskraam en de medische nasleep in duigen. Er werd een joekel van een cyste ontdekt die eerst moest worden bekeken en dan waarschijnlijk moest worden weggehaald. Nieuw leven zat er voorlopig niet in. Dat zou gevaarlijk zijn. Weg was het door mij gemaakte houvast. Doordat dit houvast en daarmee mijn hoop verdween, moest ik nog meer dealen met het feit dat het
leven niet maakbaar is. Ik kan wel iets verlangen, maar zo werkt het nou eenmaal niet.

Worstelen
‘Joh? Wat? Echt? Is het leven niet maakbaar?’ Hallo, bijna elke uitzending van mijn radioprogramma
‘Bij Jorieke’ gaat erover dat het leven niet maakbaar is. Dat God juist in onze gebrokenheid is! Dat onze werkelijke hoop is dat God in elke situatie en in elke omstandigheid van ons houdt en voor ons zorgt! Toch merk ik bij mezelf en bij veel gasten die ik mag spreken dat we om daar te komen eerst een
partijtje moeten worstelen. Voornamelijk met onszelf, ons ego, onze verlangens, onze rafelranden en misschien ook wel met God. De God die er altijd al was en altijd is en beloofd heeft dat Hij zal komen. Het is een hoop die mij nog nooit teleurgesteld heeft. Natuurlijk had ik wat vragen door de miskraam, maar door eerdere ervaringen weet ik dat ik bij God nooit bedrogen uitkom. Die ervaringen geven houvast als
ik in mijn leven nieuwe stormen tegenkom.

Fundament
Ik heb gedenkstenen in mijn hart van momenten waarop God me echt liet zien dat Hij erbij was. Dat Hij voor mij zorgde. Mijn grootste gedenksteen is dat God mij niet losliet toen ik door een burn-out in een identiteitscrisis kwam en het voelde alsof ik in een bodemloos zwart gat viel. Daar wortelde het besef: Zijn
liefde laat mij niet los. Dat gaf en geeft hoop. Voor nu en voor de toekomst. Hij laat niet los.

Terwijl ik dit schrijf, trappelt er een baby in mijn buik. Ik mag weer in verwachting zijn. De hoop op een kindje is altijd gebleven. En ik heb ook nu nog genoeg verlangens en hoop voor het leven. Al die hoop en verlangens mogen er zijn, maar het is niet waar ik op wil bouwen. Want we weten niet hoe het leven loopt. Voor het grootste deel hebben we er helemaal geen controle over en daar moeten we mee leren
leven. Daarom wil ik er elke keer weer (met vallen en opstaan) voor kiezen op Hem te hopen. Hij is mijn fundament. Mijn rots. Dan kan het stormen in mijn leven, maar ik weet: Hij was erbij, Hij is er nu en Hij zal er zijn. God is de grootste hoop waar ik op wil bouwen zelfs door wanhoop heen.

WhatsappInstagramNieuwsbrief